donderdag 18 november 2010

Haren wassen


Het baart Rita, de oudste thuis, grote zorgen. ' Hij is zo verliefd en verblind, hij ziet helemaal geen problemen, denkt dat het wel kan'. Haar jongste broer wil trouwen met een meisje uit een streng Moslimgezin, zelf zijn ze Katholiek. 'Dat is toch mooi', werp ik tegen, en ik begin over Romeo en Julia. Maar met mijn Westers-romantische gezwijmel wordt meteen korte metten gemaakt. 'Het is zo onvolwassen en naief. Hier in Indonesie trouw je niet met elkaar maar met de familie'.

Andri ziet er moe uit. 'Slaap je te weinig?', vraag ik hem bezorgd. 'Ja', zegt hij, en het hoge woord komt eruit: 'ik ben verliefd'. Als vanzelf springt mijn hart weer op. Ik plaag hem vrolijk met zijn wallen en slapeloze nachten totdat blijkt dat hij echt wakker ligt. Want ze is Christelijk. Oh Nee. De situatie is ernstig. Andri's familie hangt een traditionele Islamitische beweging aan. Zijn vorige vriendinnetje was wel moslim maar wilde zich niet aanpassen aan de mores. En ze leefden nog lang en gelukkig zat er voor Andri niet in. Zijn moeder kon zijn vriendin niet accepteren. Einde verhaal.

Gemengde huwelijken zijn een barometer voor de multiculturele samenleving. Hoe meer er tussen groepen getrouwd wordt, des te geintegreerder de samenleving. In Indonesie is de laatste tijd wel wat veranderd. Huwelijken tussen etnische groepen vinden steeds vaker plaats. En waar je precies vandaan komt doet er ook steeds minder toe: iemand uit Sulawesi kan heus gelukkig worden met een Javaan. Maar religieuze verschillen - dat is andere koek. Zelfs hoger opgeleiden, zo blijkt uit onderzoek, hebben er bezwaar tegen als een familielid trouwt met iemand van een ander geloof. Want het spreekwoord 'twee geloven op een kussen, daar slaapt de duivel tussen' bestaat ook in het Bahasa Indonesia.

'Wat is toch precies het probleem', vraag ik Rita, want ik ben vastbesloten vast te houden aan mijn meisjesromantiek. Eerst komen de praktische bewaren. 'Als je moslim bent, moet je vijf keer per dag bidden. Daar moet je dan de hele tijd rekening mee houden'. 'En als zijn vrouw met de familie op hadj gaat kan mijn broer toch moeilijk mee?' Daarna komen de wetten. Andri vertelt: 'Als we willen trouwen moet een van ons zich bekeren. Gemengde huwelijken worden niet door de staat geaccepteerd, en ook onze kinderen mogen maar een religie hebben'. Allemaal problemen die ontstaan in een land waar iemands religie op de identiteitskaart staat gegraveerd.

Rita probeert mij verder te overtuigen. 'Je kan toch niet van je geliefde verlangen dat hij zich bekeert. Geloof is zo verankerd in je ziel. Allah ruil je toch zo maar niet in voor Jezus Christus?' Ik knik en ze ziet dat ik eindelijk realistischer wordt. Dan komt het ultieme argument. Ze buigt zich naar voren en fluistert samenzweerderig in mijn oor: 'Weet je wel dat een moslim zich na de liefdesdaad helemaal moet wassen, zelfs de haren?' Nee, dat wist ik niet, geef ik schoorvoetend toe. Ze kijkt triomfantelijk. 'Bij een man is dat zo gebeurd, maar wij vrouwen, met onze lange haren.... 'Kan jij je voorstellen dat je iedere keer uit bed moet om je haren te wassen?' Ik leun achterover, sluit mijn ogen en laat op haar verzoek mijn fantasie de vrije loop. Mijn hand strijkt door mijn haar. Ik geef me gewonnen: 'Dat is inderdaad geen doen' besluit ik. Tussen droom en daad staan wetten, praktische bezwaren en de oudste dochter.

maandag 8 november 2010

Zwarte magie - de gewoonste zaak van de wereld


Iedereen in Jakarta kent het kerkhof aan het eind van onze lange, slingerende straat: het kerkhof van Jeruk Perut. Meestal is een begraafplaats beroemd omdat er belangrijke doden liggen maar dit kerkhof dankt haar bekendheid juist aan de levendigheid van haar doden. Zo kan je na twaalf uur 's nachts de geest aantreffen van een priester zonder hoofd, een Nederlander, wordt er gefluisterd.


Zwarte magie is hier de gewoonste zaak van de wereld. Zonder blikken of blozen legt een heel slimme en beroemde econoom me uit dat je geld beter niet thuis kan bewaren. Ik dacht eerst dat hij me de voordelen van het bestaan van een bank ging uitleggen maar nee. Een vriendin van hem werd laatst in trance gebracht door een man op de hoek van de straat. Hij riep haar op om terug te gaan naar huis, haar spaargeld te halen en dat aan hem te overhandigen. Dat soort dingen gebeuren hier in Indonesie, constateert hij droog. En een jonge, hoog opgeleide vrouw vertelt me over haar familieperikelen. De jongste zoon is helemaal in de ban van een moslim meisje en haar familie. Elke dag bidden ze tot Maria in de hoop dat hij niet verder met haar in zee gaat. ' Maar het is waarschijnlijk al te laat' vertelt ze in het TL licht van de Starbucks. ' Want de familie gebruikt "speciale middelen''. Maria heeft het afgelegd tegen de zwarte magie.
Laatst kwamen we op een avond weer langs het kerkhof. ' Geloof jij het?' , vraagt Sheyda. 'Nee', zeg ik, gedecideerd. Ons grote huis lijkt me al spannend genoeg. Maar Sheyda wil alles proefondervindelijk vaststellen, een eigenschap die je als moeder alleen maar kan aanmoedigen. 'Laten we er vanavond precies om twaalf uur gaan kijken', zegt hij. 'Ga je mee?' Maar ik durf niet, echt niet.




zondag 31 oktober 2010

Voorzichtig toch!

Het komt allemaal wel goed met Indonesie. Dacht ik. De economie groeit elk jaar, de financiele crisis heeft het land nauwelijks geraakt, en overal waar je komt is bedrijvigheid. Maar nu weet ik het niet meer. Omdat de corruptie zo hardnekkig is? Of omdat twee procent van de bevolking het hele land (grondstoffen, bedrijven en politiek) in handen heeft? Nee, dat is het niet.

Van de week kwam Bahar's hartsvriendinnetje voor het eerst bij ons spelen. In haar kielzog volgde haar Ibu (oppas). Vrolijk en wild renden de meisjes met wapperende haren de heuvel op naar ons huis. Tot schrik van de Ibu. 'Be careful, be careful', zei de bij iedere stap. Thuisgekomen nam Bahar het meisje aan haar hand mee door het hele huis, haar slaapkamer, die van haar broer, de badkamer - de Ibu was nooit meer dan een meter van ze verwijderd. En de trap af naar de tuin mocht ze niet. Toen Bahar een glas uit de kast pakte om water voor haar vriendin in te schenken schrok de Ibu zo dat ze het meteen overnam. Voorzichtig toch!

Het vermijden van risico's wordt er met de paplepel ingegoten. Elk weerwoord, conflict, of creatieve ingeving wordt in de kiem gesmoord. Dat begint al in de klas waar je geacht wordt te stampen, niet te leren. De leraar spreek je nooit tegen, ook niet als je later naar de universiteit gaat. Want het onderwijs heeft als doel om van kinderen brave burgers te maken. Maar een land vaart wel bij het het roekeloos volgen van een goed idee, en bij het tornen aan bestaande wetten en afspraken. Vooruitgang gaat vaak gepaard met het maken van fouten en daarvan leren. 'Be careful' , ' be careful' . De zachtzangeringe stem van de Ibu dreunt nog steeds na in mijn hoofd.

dinsdag 26 oktober 2010

Geld geven


'Gimme money, gimme money, zegt een jong meisje tegen de roodverbrande toerist naast mij. ' Ik heb geen geld', zegt hij. 'Wat doe je dan hier?' ' Waarom kom je helemaal naar Bali als je geen geld hebt?'
Het meisje is duidelijk slim genoeg om direct haar school af te maken. Of is het slimmer om te bedelen?
Strandtent, Amed, Bali
Duizend kilometer verderop in Jakarta is sinds kort de anti-bedelwet van kracht. Die lijkt op de Zweedse anti-prostitutie wet. Niet de bedelaar wordt bestraft maar degene die een aalmoes geeft. De eerste arrestatie is al verricht. Een man had in een barmhartige bui zijn autoraampje naar beneden gedraaid en een arme een paar ruppiahs gegeven. De rechtzaak vond plaats onder luid protest van de Indonesische middenklasse. Wij willen geld geven aan de armen, hoe kan je dat nu bestraffen?
Voor moslims is het geven van aalmoezen zelfs onderdeel van het geloof: de zakat en nog drie andere soorten aalmoezen zijn verplicht. Islamitische liefdadigheidsorganisaties beleven dan ook gouden tijden. Elk jaar verdubbelen hun inkomsten. Want het gaat goed met de economie en het gaat goed met de islam. ' Vroeger was het zo dat als je rijk was je bij het suikerfeest iedereen van het dorp bij elkaar riep en dan bankbiljetten ging rondstrooien' vertelt Khoirul, directeur van zo'n 'zakatorganisatie'. 'Dat bekrachtigde de sociale verhoudingen, het gaf aanzien. Maar nu vragen we moslims te investeren. In projecten gericht op economische ontwikkeling en micro krediet.'
' Wij zijn zoveel moderner dan de overheid' , zegt hij, 'die heeft zo'n ouderwetse benadering van armoede. Die strooien gewoon met geld'. Het is waar. Als er een crisis is deelt de Indonesische regering grootmoedig geld uit, of rijst, of benzine. En rond de verkiezingen - en die zijn er altijd in dit hyper gedecentraliseerde land- kan een arme altijd rekenen op geld in ruil voor zijn stem.
Ondanks dit gulle gedrag van politici is het armoedecijfer in 2010 ongeveer 15 procent, net als in 2005, 1995, en 1990. Dat schiet dus niet op. Als een arme tegen een autoraampje aanklopt, wie moet er dan eigenlijk bestraft worden?

maandag 27 september 2010

Naar huis


Elke dag wordt het rustiger op straat. Steeds minder auto’s op de weg, steeds minder mensen in de eettentjes, steeds minder winkeltjes langs de kant van de weg. Van de negen miljoen inwoners die Jakarta telt, zullen er uiteindelijk 2,2 miljoen vertrekken naar hun geboortedorp om Lebaran te vieren- het einde van het vasten. Daar zullen ze, vaak na een jaar, hun familie treffen, samen naar de moskee gaan, de begraafplaats bezoeken en eten, vooral eten. Het hele jaar wordt er naar toe geleefd. Het is zoiets als Sinterklaas, Kerstmis, en Oud en Nieuw, maar dan tegelijk. De exodus - mudik - laat zien hoe diep de banden nog zijn tussen de moderne stedelingen en hun achtergebleven familie en geboortegrond.

Wat een feest is voor velen, is voor anderen een zorg. Bijvoorbeeld voor het Ministerie van Verkeer. Indonesië is het land in Zuid-Oost Azië met de minste wegen en die zijn ook nog eens slecht onderhouden. Elk jaar storten er wel weer een paar wegen en bruggen in en zijn er honderden verkeersdoden. Vooral onder brommerrijders. Het Ministerie waarschuwde daarom nog manmoedig dat een brommer géén geschikt vervoermiddel is om met het hele gezin honderden kilometers naar Oost Java te rijden. Tevergeefs natuurlijk. Want de brommer – waar er elk jaar miljoenen van verkocht worden - is niet zozeer om op te rijden, maar om mee te pronken. Sommige mensen schamen zich zelfs als ze dit jaar weer op dezelfde motorfiets thuis komen.
Bezorgd is ook het Ministerie van Gezondheidszorg. Langs de kant van de weg zijn duizenden gezondheidsposten ingericht. Daar kunnen vermoeide reizigers uitrusten en water drinken. En als ze er dan toch zijn willen ze zich misschien wel even laten testen op besmettelijke ziekten, zoals TBC. Want de grote uittocht heeft schadelijke bijwerkingen.

Ook Fauzi Bowo, de Gouverneur van Jakarta, maakt zich zorgen. Hij roept zijn inwoners op om alsjeblieft geen familie mee terug te nemen. Want op die nieuwe brommer springen velen graag achterop. ‘Jakarta is veel te vol’, zegt hij, 'er komen elk jaar wel 450.000 nieuwe mensen bij'. ‘We kunnen echt geen nieuwe arbeiders meer gebruiken’. Voor een burgemeester heeft hij wel erg ongebruikelijk promotie materiaal laten drukken. Van krottenwijken, overstromingen en verkeersopstoppingen. ‘Om te laten zien hoe het echt is’.

Maar de meeste zorgen maken zich de gezinnen uit de Jakartaanse gegoede middenklasse. Hun personeel is vaak wel twee weken weg. Elke dag staat er in de Jakarta Post weer een treurig verhaal. ‘Het huis wordt steeds viezer’, vertelt Wina, ‘maar gelukkig weet ik nog hoe ik voor mijn baby melk moet maken’. Ahmad: ‘We eten nu al een week Pizza en mijn vrouw is bijna overspannen van de zorg voor de kinderen’. Zij hebben het inderdaad een stuk zwaarder dan de rijke, vaak katholieke, Chinezen. Die wachten gewoon twee weken geheel verzorgd in een hotel tot het moslimfeest eindelijk over is.
.
.
.
(En wij? Wij gingen niet naar huis maar naar Lombok - zie de pagina met foto's)

woensdag 1 september 2010

Sheyda en Bahar in het zwembad

Operatie chichak
Toen we thuis kwamen zat er een chichak tussen de chocoladekoekjes van Bahar. Hij had een hele dikke buik, hij was bruin en ging bijna dood.
Sheyda